Vlaaien zijn er in soorten en maten én met verschillende bodems. Traditioneel zie je een vlaai meestal met een gistbodem, maar ook een bodem van bladerdeeg of koekdeeg is mogelijk. Deze abrikozenvlaai is gemaakt met zo’n koekbodem, wat het wat meer de looks van een open abrikozentaart geeft en ‘m ontzettend lekker maakt.
Lokale recepten of regio recepten vind ik altijd reuze interessant. Want iedereen heeft er een mening over en zo ook iedereen zijn variant. Als echte fries is het concept van de Limburgse of Belgische vlaai voor mij dan ook een lastige, want ver weg 😉 . Wat maakt vlaai nu een vlaai? Gaat het om de open taart gevuld met fruit, gaat het om de bodem, het model van de taart (laag en rond) en wat kan wel en niet als vulling?
Om meer te weten te komen over regionaal feestgebak heb ik het boek “van Wafel tot Koek” van Regula Ysewijn en daar kwam ik het een recept van een abrikozenvlaai tegen met deze koekbodem. Dat leek me ontzettend lekker en heb er mijn eigen draai aan gegeven. Wat gember in de vulling voor wat meer pit en smaak en een mooie bovenkant als variatie op het traditionele raster.
Een heerlijk recept en dat inspireert me om wat meer vlaai-recepten onder de loep te nemen en te gaan maken. Tips zijn welkom, dus laat gerust een reactie achter met jouw favoriet!