Doe de bloem met de suiker en het zout in kom of in de keukenmachine.
Snij de boter in blokjes en voeg deze toe. Mix deze door het bloem mengsel. Indien met de hand wrijf je de boter door het deeg.
Voeg het ei toe en kneed kort tot een soepel deeg. Indien het te droog is kun je nog een klein beetje water toevoegen. Laat het deeg minstens 30 min in de koelkast rusten.
Vulling maken
Meng het amandelspijs met wat losgeklopt ei en roer het smeuiig totdat het net spuitbaar is. Is het nog iets te droog dan kun je er nog wat ei of een beetje water bij doen. Doe het in een spuitzak (spuitmondje is niet nodig)
Verwarm de oven ondertussen voor op 210C
Koeken maken
Rol het deeg uit tot een lap die ongeveer 2-3 mm dun is.
Steek hieruit 24 deegrondjes. Het deeg wat overblijft kun je opnieuw gebruiken, uitrollen en uitsteken.
Leg 12 deegrondjes op de bakplaat
Spuit op elk deegrondje een flinke dot amandelspijs, maar hou ruim 1 cm rand rondom vrij. Maak deze rond vochtig met wat water.
Leg de andere 12 deegrondjes erop en druk de randen goed vast (je kunt hier bv een vork voor gebruiken).
Bestrijk de koeken dun met losgeklopt ei
Leg op elke koek een amandel
Bestrijk nogmaals licht met losgeklopt ei
Bakken
Zet de bakplaat in het midden van de oven en bak de koeken in ca 15 minuten gaar en goudbruin. Laat afkoelen op een rooster.