Klop de eidooiers met de 140 gr suiker en het citroensap op halfhoge tot hoge snelheid in ca 3 minuten tot het bleek en dik is. Doe dit over in een andere kom als je een standmixer gebruikt.
Zeef de bloem met het zout en vouw dit in 2 delen door het dooiermengsel. Strooi de citroenrasp erover en zet opzij.
Klop in een brandschone kom de eiwitten tot zachte pieken en sprenkel de suiker erover. Blijf kloppen tot stevige pieken ontstaan.
Schep 1/3 van het eiwitschuim luchtig door de dooiermassa tot alles is vermengd. Spatel dan de rest van het eiwitschuim erdoor.
Stort het beslag op de beklede bakplaat en strijk glad met een kleine spatel.
Bak het biscuit in ca 15 minuten gaar en lichtbruin.
Haal de bakplaat uit de oven en laat deze op een taartrooster (in de bakplaat) 5 minuten afkoelen. Bestrooi dan met poedersuiker en leg er een schone theedoek overheen.
Keer het geheel in 1x om (gebruik evt een extra plaat voor stevigheid) en trek voorzichtig het bakpapier eraf. Snij de randen recht af (niet teveel!)
Rol het gebak vanaf de smalle kant, met behulp van de theedoek, op. Dit is een soort training zodat het later klaar is om op te rollen. Rol het gebak na 20 minuten (als het afgekoeld is) weer uit. En snij aan de lange kant drie repen van krap 11 cm breed. Gebruik hiervoor een pizzasnijder, dat werkt het best. Leg ze afgedekt met de theedoek opzij.